Met deze termen maak je indruk op je designervrienden

Vakjargon. Het woord zelf is haast al het perfecte voorbeeld: je moet maar net weten wat het betekent. Want weet jij dat een elektriciën met ‘wandcontactdoos’ eigenlijk gewoon stopcontact bedoelt, of dat als een makelaar een woning ‘knus’ noemt het dus gewoon een klein huis is? En wat bedoelen ze in al die vacatures nou eigenlijk met een ‘can-do-mentaliteit’? 

Vakjargon is het taalgebruik binnen een bepaald beroep, wat voor die bepaalde groep de normaalste woorden van de wereld zijn, maar die voor buitenstaanders maar moeilijk te begrijpen zijn. Binnen jouw beroep kun je vast ook wel een paar opnoemen. Om jou een beetje meer inzicht te geven in wat die vage termen die reclamebureaus en designers zoals wij gebruiken nou eigenlijk betekenen, hebben we het meest gebruikte designjargon voor je op een rijtje gezet.

I’m very font of you, because you are just my type”

Font

Voor de uitleg van het woord ‘font’, beginnen we bij het woord ‘lettertype’. Een lettertype is het ontwerp van een letter. Zo heb je bijvoorbeeld Times New Roman, Calibri en Helvetica. Binnen deze lettertypes kun je onder andere de stijl en de grootte aanpassen. De stijl staat vaak standaard op ‘regulier/regular’, maar je hebt ook nog ‘vet/bold’, ‘cursief/italic’ en meer stijlen. De grootte wordt meestal aangegeven in punten (pt) of in pixels (px). De standaard is over het algemeen in 11 pt, en je kunt het zo groot maken als je zelf wilt.  

Een font is de combinatie van een lettertype, de stijl waar deze in staat en de grootte die deze heeft. Deze tekst staat bijvoorbeeld in het font Playfair Display, Regular, 17px. Een font is dus niet alleen het lettertype, wat wel vaak gesuggereerd wordt. Snap je? 😉

Content

Hier kunnen we heel kort over zijn: ‘content’ betekend vanuit het Engels letterlijk ‘inhoud’. Voor designers kan content, of inhoud, meerdere dingen betekenen. De tekst voor op een ontwerp noem je bijvoorbeeld de content, maar ontwerpen zelf kunnen ook beschouwd worden als content – vooral op social media. Een Instagram-post kun je dus ook content noemen. Veel influencers noemen zichzelf dan ook wel ‘content-creators’: ze maken content, oftewel foto’s, voor op social media. De volgende keer als iemand een opmerking maakt over je zoveelste selfie-fotoshoot, kun je dus gewoon zeggen dat je content aan het maken bent. Klinkt in ieder geval wel stoer.

Llorem Ipsum

Llorem Ipsum is de naam van een stuk opvultekst. Het wordt vaak door ontwerpers gebruikt als de daadwerkelijke content (deze ken je al) nog niet af is, maar ze toch willen beoordelen hoe het ontwerp er uiteindelijk uit komt te zien en of het font (deze ook) goed tot zijn recht komt. De naam ‘Llorem Ipsum’ is afkomstig uit het Latijn, maar betekent eigenlijk helemaal niets.

CMYK, RGB & pantone

Tijd voor een stukje kleurentheorie. CMYK staat voor Cyaan, Magenta, Yellow & Black. Als je thuis een printer hebt weet je misschien dat dit ook precies de inktpatronen zijn die in je printer gaan. Een ontwerp dat in CMYK is opgemaakt is dus bedoeld om te printen. Een nadeel aan CMYK is dat de kleuren op een scherm vaak veel fletser uitkomen dan bij bijvoorbeeld RGB.

 

RGB staat voor Red, Green & Blue: de drie primaire kleuren. RGB wordt gebruikt voor digitale ontwerpen, zoals websites of social media posts. Het voordeel aan RGB is dat je iedere denkbare kleur kan creëren. Van een hele zachte pastelkleur tot knallend neon. RGB bestanden zijn niet geschikt om te printen, omdat de printer die bestanden niet begrijpt en de kleuren dan zelf omzet – zo weet je dus niet of ze uitkomen zoals je wil.

 

Pantone is een bedrijf dat kleurcoderingen maakt. Het grote voordeel van Pantone kleuren is dat ze overal exact hetzelfde zijn. Wanneer je een ontwerp opmaakt in Pantone kleuren weet je zeker dat jij, de webdesigner en de printer allemaal precies dezelfde kleurenresultaten krijgen. Het nadeel van Pantone kleuren is dan weer dat niet iedere kleurencombinatie een Pantone-codering heeft en je dus soms een Pantone kleur moet zoeken die het dichts bij datgene wat je zoekt ligt.

Vector

Je hebt vectorafbeeldingen en rasterafbeeldingen. Het grote verschil is dat een vectorafbeelding wordt opgemaakt uit allerlei ingewikkelde wiskundige formules, terwijl een rasterafbeelding bestaat uit pixels. In de praktijk houdt dat in dat je een vectorafbeelding zo groot kunt uitrekken als je wilt zonder kwaliteitsverlies te zien, waar je bij een rasterafbeelding steeds duidelijker pixels gaat zien.

 

Designers maken ontwerpen zoals logo’s vaak als vectorafbeelding, omdat deze regelmatig groter en kleiner gemaakt moeten worden. Foto’s zijn eigenlijk altijd rasterafbeeldingen, waardoor ze lelijk worden als je ze groter uitrekt dan dat het bestand daadwerkelijk is.

Een vectorafbeelding kun je herkennen aan dat er .ai of .eps achter de bestandsnaam staat, waar een rasterafbeelding bijvoorbeeld .jpg of .png heeft staan. Protip: als een ontwerper je vraagt om een bestand op te sturen, kun je altijd het beste een vectorbestand sturen, als je die hebt.

Dat zijn vijf veel voorkomende woorden binnen het designerjargon. Gebruik ze in jouw voordeel de volgende keer dat je met een designer communiceert! Die zal ongetwijfeld enorm onder de indruk zijn.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Back to top